woensdag 29 januari 2014

De voorgeschiedenis van een koude of zachte winter.

Aan de hand van kou of warmte in de maanden voor een winter is weinig concreets te vinden om te spreken van een voorspellende waarde.Na een warm najaar hoeft de winter niet erg zacht te zijn,  of na een koud najaar ook een koude winter te volgen.  Ook kan na een koele zomer zowel een koude als zachte winter volgen en vice versa.
Toch zijn er wel een aantal leuke stukjes voorgeschiedenis te vinden,  waarbij een patroon in de winter doorzette  of compleet omsloeg.

De koude voorgeschiedenis van de winter 1962 - 1963

In de winter van 1961 was het rond kerstmis koud geweest, hier vond een korte maar felle koudegolf plaats van 5 dagen te De Bilt.
De rest van de winter stelde niet heel veel voor,  maar in het voorjaar van 1962 wilde het niet echt warmer worden.
Maart kwam uit op slechts 2 graden gemiddeld  met vaak aanvoer van lucht uit het noorden en noord-oosten. 
Waar april niet opvallend koud verliep  was mei ook een erg koele maand met wisselvallig weer en periodes waarin opnieuw de kille wind uit het noorden opstak.
De zomer startte zonnig en vooral ook droog,  maar met de bries vanuit noordelijke richtingen in combinatie met heldere nachten kon het ook begin juni flink afkoelen.
De rest van de zomer werd het voornamelijk koel en wisselvallig weer,  met slechts af en toe een opleving van de temperatuur. 
Alleen 1903 en 1956 hadden een nog koudere zomer gehad  en in de herfst was het enkel oktober waarin het wat zachter was dan wat het gemiddelde was voor die tijd.
Na een zachte start van november daalden de temperaturen opnieuw  en de straalstroom meanderde sterk,  waardoor blokkades makkelijk kunnen ontstaan,  in november blijkt de straalstroom zich in onze regionen erg noord- zuid te richten,  waardoor koude lucht uit het noorden makkelijker binnen kan stromen.
De tweede helft van november is al behoorlijk koud,  met winterse buien.
Met vervolgens een aantal echt koude (ijs)dagen tegen het einde van november had de winter zijn eerste plaagstoot gegeven.
Onder invloed van een hogedrukgebied is het begin december winters,  met een bijzonder mistige sinterklaas
De eerste vorstperiode van december wordt beëindigd met een periode van zacht en nat weer,  maar rond kerstmis valt de winter in om ruim twee maanden nauwelijks nog van zijn plaats te wijken.


Hoe een westcirculatie maar door bleef denderen (winter 1974 - 1975)

De zomer van 1974 was niet bepaald eentje om over op te scheppen,  het was zelden warm en mooi te noemen.
Van nazomer was ook amper sprake,  want de herfst begon,  bleef en eindigde met voornamelijk regen, regen en nog eens regen.  Vooral oktober viel niet alleen op in natte, maar ook in koude zin. Met slechts 7 graden gemiddeld was de herfstmaand erg koud te noemen.
De relatieve kou leek veelbelovend,  maar de depressietrein denderde ongestoord voort,  waarmee december zelfs enkele tienden graden warmer verliep dan oktober!
In januari begon de vaart wat uit de westcirculatie te raken,  maar op een beetje kou in februari na scoorde de winter nauwelijks.


Weergrillen in de aanloop naar 1979

Na een zachte januari 1978 volgde een februari waarin het een aantal dagen aardig vroor.
De vorstperiode werd afgewisseld door een snelle dooiaanval waarbij het een aantal dagen later 13 graden in de plus werd.
In maart kon de temperatuur van mild lenteweer ook plots omgaan naar winters,  inclusief ijzelproblemen.  Daarnaast was er ook zo'n dip in april waarbij er op sommige plaatsen in het westen van het land meer dan 10 centimeter sneeuw viel.
In mei en begin juni was het aardig lente -en zomerweer,  maar verder in de zomer volgde een koele en natte periode,  waarmee de zomer ook als te koud de geschiedenis in gaat.
De herfst van 1978 was over het algemeen een rustige,  met een afwisseling van nazomerse perioden en koudere dagen.
Wel viel er eind september veel regen uit kille najaar -en onweersbuien.
December 1978 kende een sterke afwisseling van koude periodes en hele zachte periodes met tijdens de overgangen ijzel  en soms zware regenval.  Toen eind december het zeer zachte weer opnieuw werd verdreven viel de winter ook goed in,  met transportkou en geregeld sneeuw en ijzel.
Opvallend is dat in de aanloop naar de echte kouperiode je al een aantal malen het voorspel zag in de vorm van hogedruk bij Groenland en Scandinavie waarbij de depressies naar het zuiden werden gedrukt of zelf bijna uitgeperst tussen de hoge druk uit het noorden en die in het zuiden.

Voorspel vs. de klapper met oudjaar 1978.







Het voortraject leek nog zo goed (winter 1993 - 1994)

Het deed een beetje aan de voorgeschiedenis van 1962 - 1963 denken,  dat weerjaar 1993.
Echter was de gelijkenis vooral in het weer vanaf de zomer,  want de lente was juist warm en zonnig verlopen.
In de zomer was het koeler geworden, met vanaf midden juli ook de nodige regen.
Ook het najaar verliep in de regel te koud voor de tijd van het jaar.
November deed er nog een schepje bovenop met een erg koude periode in de tweede helft van de maand.
Een klassieke wintersetting met krachtige hogedruk boven Scandinavie,  waarmee een eerste serieuze winteroffensief een feit was. 
Winterliefhebbers hoopten op een herhaling van 1963,  maar eens de dooi en de westcirculatie begin december waren ingevallen bleef deze het grootste deel van de winter heersen.

Winterse drukverdeling in november





















De dooiaanval  is ingezet,  wie zou winnen?  de hogedruk of de oceaaninvloeden?
























De depressies hebben gewonnen: de westcirculatie draait op volle toeren, inclusief een zware storm.



De warme voorgeschiedenis van de zachtste winter (2006 - 2007)

Na een frisse start van 2006 warmde het behoorlijk op.
April was al aan de warme kant,  terwijl mei vooral in de eerste helft zomers was.
Na een dip met flink wisselvallig weer in de tweede helft van mei volgde in juni en juli twee hittegolven en overall erg warm zomerweer.
Hoewel augustus niet meedeed en vooral regenachtig was, verliep het najaar ook bijzonder warm.
Waar in 2005 het patroon later in het najaar omsloeg van zacht nazomerweer naar winters weer (hoewel het echte winterweer op afstand bleef),  bleef het in de winter van 2006  - 2007 ook te warm.
Vooral januari spande de kroon met boterzachte zuidwestenwinden en een zware herfststorm.



dinsdag 28 januari 2014

Verbanden zoeken in het weer: de wintereditie (1901 - 2013)

Een hele tijd geleden plaatste ik al eens een bericht waarin ik bekeek of neerslagsommen en temperaturen in maanden of seizoenen vooraf aan de zomer  een klein verband konden laten zien.
Hieruit kon ik enkele licht afwijkende dingen halen,  zoals dat de kans op een droge zomer na een natte lente bijvoorbeeld groter is  en dat warme en droge lentes veel minder kans bieden op een droge zomer.

Of er na bijvoorbeeld een warm najaar een zachte winter volgt,  of na een koude winter een nieuwe koude winter? 
Dit onderzoekje met gegevens van De Bilt gaf minder opvallende feiten dan het zomeronderzoek,  hetgeen overigens niet vreemd is in ons grillige klimaat.

Toch zijn er een paar dingen die opvielen.

Voorafgaande aan de dertige zachtste winters  waren er 11 zomers die zeer koel verliepen,  maar ook 11 zomers die erg warm verliepen,  hiermee slechts 8 "normale" zomers overlatend die voor een zachte winter kwamen.
5 van de droogste zomers gingen aan een zachte winter vooraf,  tegen 10 van de natste zomers.
Ook redelijk opvallend is het feit dat er 10% meer koele julimaanden dan warme aan een zachte winter vooraf gingen.

Bij koude winters zien we dat er vrij weinig koude oktobers aan vooraf gingen (5 van de 30),  maar wel ruim 30% van de koelste zomers en koelste lentes.
Minder vreemd lijkt het feit te zijn dat er slechts 5 warme septembers, zomers en lentes aan een koude winter vooraf gingen.
Ook zie je goed terug dat koude winters vaak in clusters komen,  want aan een koude winter ging 11 van de 30 keer ook een koude winter vooraf  en slechts vijf maal een erg zachte winter.

Een uitzonderlijk jaar hierin is 1996:  een koude winter na zowel een zachte winter als een warme zomer in 1995.


woensdag 15 januari 2014

De natste maand in Gemert: september 2001

September 2001 is één van de natste maanden van de voorbije eeuw.
In De Bilt moet hij twee andere maanden voorlaten,  maar in Gemert is de maand met 198 millimeter neerslag de natste sinds de metingen.

Een kleine terugblik naar hoe die som tot stand kwam.


De voorgeschiedenis:

In augustus zaten we nog in een hittegolf met het hoogtepunt op zaterdag 25 augustus.
De volgende dag draaide de wind en hier koelde het vrijwel geruisloos af,  terwijl het in het westen van het land flink onweerde.
Daarna volgde definitieve verkoeling  en de maand eindigde met enkele regenbuien die het begin van een zeer natte periode zouden inluiden.

Septemberregen

De maand startte met een vriendelijke dag,  met op een enkele plaats een bui.
De volgende dag meer bewolking door een warmtefront,  waarbij het soms wat miezerde  en het koufront dat volgde bleef een beetje hangen boven het land waardoor er geregeld buien vielen op de derde van september.
Achter het koufront volgde onstabiele lucht waarin nieuwe buien ontstonden en op veel plaatsen in twee dagen veel regen naar beneden kwam.
In Gemert werd op 4 september 20,5 millimeter afgetapt.
Op 5 september was het even wat mooier weer,  maar dat duurde niet lang dankzij een volgend front van een depressie dat op 6 september een verse 17 millimeter regenwater achterliet.
Een volgende depressie ontstond en smolt samen met de depressie die al boven de oostzee lag.
Hierbij viel opnieuw regen en na de regenzone volgde een herfstachtig en buiig weertype in de onstabiele koele lucht.
Buien met hagel, onweer en windstoten kwamen op meerdere plekken in het land voor  en in september is het vaak het natst aan de kust,  echter werd Gemert ook niet bepaald slecht bedeeld in de regenhoeveelheden.
Tussen de regenzones en buien door scheen op de beruchte 11 september en 12 september wel regelmatig de zon.

Volop herfst

Een volgende depressie trok van Schotland richting de zuidelijke noordzee  en liet een nieuwe plas regen vallen.  Op de trog die volgde waren er enkele stevige plensbuien om het af te maken.
Ook de volgende dag vallen buien  en het was nog niet lang droog of een koufront kwam weer wat regenwater brengen.
In het weekend van 15 en 16 september vielen ook een aantal buien,  waarbij nu het westen de grootste hoeveelheden te pakken had en Gemert ietsje bescheiden achterbleef met ongeveer 13 millimeter in twee dagen.
De kraan ging echter niet dicht,  want er was een nieuwe depressie ontstaan boven midden Europa  en een aparte kern trok via een minder gebruikelijk pad van Zweden naar België.
Dit leverde uiteraard weer een bak regen op,  terwijl ook de hoofdkern van de depressie besloot om vanuit Polen een bezoek te brengen aan de lage landen.
Dit ging met name op 19 september gepaard met een heleboel regen,  in Gemert viel 21 mm  en dat was niet eens zo nat  aangezien het westen de volle lading meekreeg.
Hoek van Holland ving 107 mm op  en een groot deel van het Westland stond blank, met de nodige schade tot gevolg..
De depressie bleef vervolgens wat op zijn plaats hangen,  waardoor er dagelijks wel een aantal buien vielen,  echter ditmaal geen grote sommen opleverend.
In de slotweek van de maand werd het wat rustiger weer met meer zon, mistige ochtenden en af en toe een bui.

De laatste regen van de maand kwam van achtereenvolgens een warmtefront (die in het noorden tot stilstand kwam en daar veel regen gaf), een koufront op de 29e en daartussen geregeld ruimte voor de zon.
De maand eindigde met lichte regen in de avond van de 30e,  waarop nog een natte eerste oktober zou volgen, voordat het later in die maand nog nazomers warm zou worden.

Neerslagcijfers te Gemert (aftappingen in de ochtend)

1 september       3,1 mm
2 september         0  mm
3 september       5,1 mm
4 september     20,5 mm
5 september       5,7 mm
6 september     17,2 mm
7 september       9,7 mm
8 september       6,3 mm
9 september       7,2 mm
10 september   13,2 mm
11 september     7,8 mm
12 september     4,5 mm
13 september     9,3 mm
14 september     4,1 mm
15 september      3   mm
16 september     6,7 mm
17 september     7,2 mm
18 september   13,2 mm
19 september        0 mm
20 september      21 mm
21 september     5,4 mm
22 september     2,4 mm
23 september     1,9 mm
24 september     2,4 mm
25 september     0,2 mm
26 september     0,4 mm
27 september     5,4 mm
28 september     8,9 mm
29 september        0 mm
30 september     6,2 mm

Maandsom:      198 mm

zondag 8 december 2013

De storm van 3-4 december 1960

Afgelopen donderdag was er een zware storm in het noorden van het land.
Deze gaf de nodige overlast,  maar zeker qua regen viel deze in het niet bij de storm begin december 1960.

Deze bracht naast veel wind ook een grote bak regen met zich mee.
Vooral in het noorden viel er zoveel water (Als topper Joure met 84 mm)  dat Friesland voor een aanzienlijk deel onder water liep  en er veel schade aangericht werd.

Het neerslagkaartje bij deze dag laat zien dat heel Nederland te maken had met veel regen,  enkel in Limburg viel op een aantal plaatsen minder dan 20 millimeter.
Maarliefst 103 neerslagstations tapten 50 millimeter of meer af in de ochtend van 4 december,  een uitzonderlijke situatie dus.

De weerkaart van Wetterzentrale laat een omvangrijke depressie zien die ons weer zodanig verpestte.
En de neerslagkaart van die verzopen ochtend:  dat delen van Friesland compleet ondergelopen waren zal niemand verbazen..






















dinsdag 22 oktober 2013

Hoe was het weer in? 1972

De winter 1971 - 1972 was zacht van start gegaan.
December was erg zacht, maar ook vrij droog.

Tegen het einde was de temperatuur gezakt en volgde januari de lijn van temperaturen veelal op -of onder het vriespunt.
Een beetje gekwakkel dus:  weinig echt strenge vorst,  maar ook zelden echt zacht.
De echte kou bleef ten oosten (iets vergelijkbaars zagen we ook in de winter van 2006).

Februari modderde een beetje voort op een iets hoger temperatuurtje,  maar veel had deze maand niet om het lijf.
In zijn totaliteit verliep de winter wel behoorlijk droog.

In de eerste helft van maart duikt de temperatuur even nog naar de min,  maar na de koude 12 maart ( -0,3 °C gemiddeld) nam het kwik een flinke sprong.
Geen taferelen dus zoals vorig jaar met een heuse koudegolf,  maar volop lenteweer.
Een periode midden maart met veel zon en hoge temperaturen.
Zo werd het op 15 maart al 18 graden  en op de zestiende ging het kwik al bijna richting de twintig!

April deed niet enthousiast mee aan het lenteweer,  de temperaturen pakten zelden hoog uit  en geregeld viel er neerslag.
In mei volgden er een aantal warme dagen aan het begin van de maand,  waarna het weer wat wisselvalliger werd.
Eind mei stormde het zelfs gedurende lange tijd aan de kust.

Op dezelfde toer ging het weer voort in juni,  met soms een paar warmere dagen maar vaak was het vrij koel en licht wisselvallig.
De maand juli was niet heel slecht,  dit werd een vrij warme maand,  maar augustus verliep koel en tijdens deze zomermaand gebeurden een tweetal ernstige ongelukken dankzij het weer.

In de ochtend van 11 augustus werden de kampeerders op camping Duinoord op Ameland onaangenaam verrast door een windhoos.
Deze trok vol over deze camping en liet een grote ravage achter.
Zo goed als alle caravans en tenten werden met de grond gelijk gemaakt  en er waren naast 100 gewonden ook vier dodelijke slachtoffers te betreuren.

















Later die maand was het raak in het zuiden.
In de ochtend kwamen er plots zeer dichte mistbanken opzetten en dat veroorzaakte een enorme kettingbotsing op de A16 bij Prinsenbeek.
Maar liefst 13 doden en 13 zwaargewonden vielen hierbij,  met name te danken aan het feit dat er verschillende tankwagens bij betrokken raakten die in brand vlogen.

September verliep koud, maar droog  en oktober was ook aan de frisse kant  maar eveneens vrij droog te noemen.
Na twee vrij rustige herfstmaanden kwam er reuring in de atmosfeer in november.
Op 12 november werd duidelijk dat er een zware storm richting Nederland koerste.
Terwijl deze het noordelijke kustgebied naderde begon deze ook nog eens uit te diepen.
In de nacht en vroege ochtend van 13 november trok de zware storm over het land  en duurde relatief kort.
Na de passage van de kern steeg in een uur tijd de barometer met 10 tot 12 hpa,  een spectaculaire stijging!

Wel werd er veel schade aangericht door de zware windstoten (tot 140 km per uur) en dan met name in het noorden van het land.
In Overijssel en Drenthe werd een groot deel van de bossen gewoonweg platgeblazen en in Friesland raakten daarnaast veel gebouwen beschadigd en sommige boerderijen stortten zelfs in.
Daarbij vielen ook hier weer een aantal dodelijke slachtoffers,  waarmee het weer in 1972 toch aardig wat ellende opleverde in ons landje.

De weerkaart met de stormdepressie zie je tegenwoordig nog terug als kunstwerk op het pleintje bij het hoofdkantoor van het KNMI in De Bilt.






















December verliep dan weer een stuk rustiger  en na een vrij zachte start werd het beduidend kouder in de tweede helft van de maand.
Net als in 1971 was het opnieuw ook een droge maand.


Neerslag 1972 in Gemert:

januari:     29,6
februari:   22,7
maart:      30
april:        52,7
mei:         95,6
juni:         59,5
juli:           90,4
augustus:    73,8
september:   49,5
oktober:       16,7
november:    67,4
december:    19,5

jaar:  607,4

maandag 21 oktober 2013

Hoe was het weer in? 1973

Januari begon in 1973 waar december 1972 was geëindigd:  een korte kou-inval,  gevolgd door een vrij   onopvallend verloop van de maand.
Geen zacht winterweer,  maar met 2,9 graden ook niet koud te noemen.
Het was wel een erg sombere maand met slechts 24 zonuren (alleen januari 1969 was nog somberder).

Februari 1973 was thermisch gezien identiek aan januari,  maar kende verder geen bijzonder weer,  of het moet een plens regen zijn op 12 februari (Ruim 37 mm lokaal in Friesland,  iets wat niet vaak voorkomt in februari).

Over maart  kan ook niet heel veel vermeld worden,  alleen dat het een vrij rustige maand was als een stilte voor de letterlijke storm.
Die bewuste storm kwam er op 2 april.
In de middag haalde de wind stormkracht 9 aan de kust (Vlissingen,  Hoek van Holland)  en tegen de avond bereikte de kern van de stormdepressie de wadden en kwam het tot windkracht 11 in Ijmuiden en Lelystad.

De storm leek veel op de storm van 13 november 1972, met name de baan waarover deze trok en onder meer ook de plek waar de storm ontstond (New Foundland)  en vanwege ook het feit dat het een storm was die niet erg lang aanhield.
De korte, maar hevige storm richtte wederom veel schade aan:  bomen op de Veluwe en in Utrecht die de vorige storm in november nog maar net hadden weten te overleven gingen er nu alsnog aan  en vele kassen in het Westland verloren hun ramen.

Het zendschip van Veronica (Norderney) liep tijdens de storm vast bij Scheveningen.
De bemanning gooide voordat ze zouden stranden vlug de zendkristallen van boord, zodat het juridisch gezien geen zendschip meer was.



















De maand april was een koude en wisselvallige,  met geregeld nachtvorst en hagelbuien.
In mei was het wel wat warmer, maar viel er ook veel neerslag,  met name op 21 mei toen er in De Bilt 34 mm viel en in Drenthe lokaal wel 50 mm:  voor meibegrippen erg hoge sommen.

Na een natte tweede juni (tevens een koele dag waarbij het hooguit 13,5 graden werd)  kwam het gauw goed wat betreft de zomer.
Vrijwel de rest van de maand viel er geen druppel regen en was het vrij warm te noemen.
De eerste week van juli hield het droge en zomerse weer nog aan,  met een tropisch warme 5 juli als hoogtepunt.
Vervolgens verviel de zomer (met name in de tweede helft van de maand) in koeler kwakkelweer.

Begin augustus poogde de zomer even terug te komen,  maar dat leverde wat hemels vuurwerk op  en een paar dagen buiig en winderig weer.
Echter nam daarna de hogedruk weer de regie in handen en volgden toch nog eens drie mooie zomerweken.

Een dipje eind augustus en begin september werd al gauw weer gevolgd door nazomer.
5 september werd nog bijna tropisch warm in De Bilt en ook daarna bleef het nog een langere tijd nazomeren.

Van nazomer was er in oktober minder sprake,  op een redelijk warme fase in het begin van de maand na.
Daar volgde een aantal weken koude en bij tijden behoorlijk natte periode op.

Eind november was er dan sprake van een eerste winterprik.
Met koude poollucht die over ons land uitstroomde werden er hagel -en sneeuwbuien aangevoerd.
In het noorden kwam het al tot een sneeuwdek van 10 -tot plaatselijk  21 centimeter.
Onder een heldere, windstille hemel zakte het kwik zelfs al onder de - 16 graden en kwam op 1 december op veel plaatsen niet boven het vriespunt uit.
Op 2 december werd het nog iets kouder (in Wageningen zelfs - 21,7) ,  maar dat zou ook het voorlopige winterse hoogtepunt worden.
De volgende dag draaide de wind naar het zuidwesten en was het voorlopig gedaan met de winter.


Neerslag 1973 in Gemert:


januari:   21,1
februari:  60,8
maart:     19,3
april:       77
mei:        78,4
juni:        48,2
juli:         73,8
augustus:   20,4
september:  43,2
oktober:      73,5
november:   55,6
december:   61,1

jaar:  632,4








donderdag 17 oktober 2013

Ter vermaack: een aantal soorten winters en zomers uitgelicht.

Het gros van de zomerseizoenen en winterseizoenen zijn vrij typisch Nederlands:  perioden van standvastig weer,  afgewisseld door (in de zomer) regen -en onweersbuien  of in de winter:  zacht herfstachtig weer.
Toch zijn er naast de gewone afwisselende seizoenen ook wat andere typen te vinden die nu en dan (en soms vaker)  voorkomen.

Een paar zomertypes uitgelicht:


De "Vroege-hoopgevende-zomer-die-vervolgens-compleet-inzakt"

Vaak is het dan in mei prachtig weer met een aantal zomerse dagen  en ook in de eerste helft van juni is het zomerweer wat de klok slaat,  maar dan vlak voor de langste dag.. *poef*  weg zomer!
Soms keert ze na weken herfstmoesson nog terug,  maar ooit mag je zelfs tot volgend jaar wachten.

Voorbeelden:  1966, 1980, 1988,  1993, 2007, 2011


De "opbouwende zomer"

Begin juni is het dan waardeloos weer:  het kwik haalt met moeite de dubbele cijfers,  het regent regelmatig  of in een zeldzaam geval wordt er zelfs natte sneeuw gezien.
Iedereen klaagt "waar is toch die zomer?!"  maar het komt goed:  enkele weken later (of in sommige gevallen vanaf de hondsdagen) zit gans Nederland te bakken en dat kan dan blijven duren tot in september.

Voorbeelden:  1975, 1991, 1995, 2012


De "topzomer"

Het type zomer "die zowat in mei begint"  (soms nog eerder).
Gewoon maandenlang warmte,  soms meerdere hittegolven  en de mensen in de straat beginnen zelfs naar regen beginnen te snakken,  om over boeren nog maar te zwijgen.

Voorbeelden:   1947, 1959, 1976, 1983, 2003


De "zomer waarin augustus even het neerslagtekort goed wil maken"

Twee zomermaanden is het prachtig zomerweer,  vaak ook erg warm.
Echter slaat het om in of net voor augustus  en volgt er een opeenvolging van buien, ondergelopen kelders, mensen in roeibootjes op straat en een mix tussen "neerslagtekort wegwerken"  en  klaagzangen van vakantiegangers die tijdens de hitte moesten werken en in augustus hun tentje zien wegdrijven op de camping in Renesse of Ameland.

Voorbeelden:  1917, 1941,  1969, 2006, 2010


Een aantal wintertypes


De "Vroege-hoopgevende-winter-die-vervolgens-compleet-inzakt"

Ook de winter kent dit type.
Het wordt erg koud in oktober of november  en men bericht al van het begin van een strenge winter  of op zijn minst een boel koudeliefhebbers beginnen stiekem te hopen dat de jahrhunderd-winter is aangebroken.
Maar in de echte winter valt het tegen of is het zelfs voornamelijk een westcirculatie van Canada tot in Japan.
In sommige gevallen wordt december een ware moesson  en hoewel er  vaak in  februari nog een winters stukje volgt,  balen winterliefhebbers de sneeuwballen uit hun broek.

Voorbeelden:  1965 - 1966,  1973 - 1974,  1980 - 1981, 1993 - 1994,   2003 - 2004


De "konijn uit de hoge hoed winter"

De winter lijkt kansloos:  december is zacht,  in januari valt er hooguit een verdwaalde sneeuwbui en ogen de weerkaarten eerst nog kanslozer dan een relatie met Gordon.
Dan verschijnt toch nog koning winter en zijn Russische Beer.
Eind januari en Februari wordt dan andere koek (en zopie):  koud met soms ook nog een elfstedentocht.

Voorbeelden: 1954, 1956, 1986, 1991,  2012


De "vuile winter"

Koud, guur kwakkelend winterweer.
De strijd tussen de zachte oceaanlucht en de kou uit het noorden en oosten vindt plaats boven of net naast Nederland  waardoor het zout in januari al op is,  de treinen amper rijden  en de sneeuwballen je om de oren vliegen.
In sommige gevallen kan er op straat geschaatst worden  of raken dorpen ingesneeuwd.
Hoewel het koud is  zit een elfstedentocht er dankzij sneeuw op het ijs  niet in.

Voorbeelden:  1970, 1979, 2010, 2013


De Echte winter.

Uitleg behoeft deze eigenlijk niet:  totale winter met alle aspecten van een winter.
Drie (of minimaal twee)  maanden Kou.

Voorbeelden: 1942, 1947, 1963 , 1985, 1996